Waarom Europa nog aan het infuus van Amerikaanse hyperscalers hangt – en wat er nodig is om daar vanaf te komen

Illustratie van een Europese man in een ziekenhuisbed op een vloerkleed met EU‑sterren, aangesloten op een infuus, terwijl donkere wolken met de logo’s van Microsoft, Amazon en Google boven hem hangen met een vervaagde Amerikaanse vlag erin en daarboven de koptekst “DIGITALE ZIEKTE: EUROPA AFHANKELIJK VAN CLOUD PROVIDERS UIT VS?”.

De discussie over digitale soevereiniteit is mainstream geworden. Overheden en bedrijven realiseren zich dat het ongemakkelijk – en risicovol – is dat onze kritieke digitale infrastructuur vrijwel volledig draait op Amerikaanse platforms zoals Microsoft, Amazon en Google. We liggen aan het infuus van deze hyperscalers.

Toch is de ongemakkelijke waarheid: op dit moment is dat infuus nog noodzakelijk. Niet omdat we
het niet beter zouden willen, maar omdat Europa simpelweg nog niet alles heeft opgebouwd wat nodig
is om echt onafhankelijk te zijn.

In dit artikel leggen we uit:

➡️ waarom we nu afhankelijk zijn van Amerikaanse hyperscalers
➡️ waarom “gewoon een Europees datacenter bouwen” niet genoeg is
➡️ welke fundamentele diensten Europa moet ontwikkelen om tot echte digitale autonomie te komen

🔗 Waarom we vastzitten aan Amerikaanse hyperscalers

De Amerikaanse hyperscalers leveren niet alleen cloud capaciteit. Ze leveren complete ecosystemen. Denk aan:

🌍wereldwijde schaalbaarheid en beschikbaarheid
🔐 extreem volwassen security– en compliance-processen
🚀 geïntegreerde ontwikkelplatformen (CI/CD, identity, monitoring)
👩🏽‍💻 én – cruciaal – de software die eindgebruikers dagelijks nodig hebben

Microsoft is hier het schoolvoorbeeld van. Windows, Entra ID (Active Directory), Microsoft 365, Teams: dit is geen verzameling losse software, dit vormt een integraal besturingssysteem voor organisaties. Miljoenen medewerkers kunnen er zonder training direct mee werken. Dat is geen toeval, dat is het resultaat van dertig jaar ecosysteem-ontwikkeling. Europa heeft op onderdelen wel alternatieven, maar mist deze naadloze integratie van het geheel.

💡 Waarom afhankelijkheid nu nog rationeel is

Volledig afscheid nemen van hyperscalers zonder dat er een volwaardig alternatief staat, is geen soevereiniteit, maar zelfbeschadiging. Zonder de slagkracht van de hyperscalers gebeurt namelijk het tegenovergestelde van wat we willen:

📉 organisaties verliezen executiekracht en schaalbaarheid
💥 operationele en security-risico’s nemen toe in plaats van af
💸 kosten stijgen exponentieel door fragmentatie en noodzakelijk maatwerk
innovatie stagneert omdat toegang tot geavanceerde tools (zoals AI) wegvalt

Voor kritieke processen – denk aan de zorg, energievoorziening of logistiek – is een ‘koude exit’ simpelweg onverantwoord.

Daarom is de enige rationele keuze – hoe ongemakkelijk ook – om nu nog gebruik te blijven maken van Amerikaanse cloud platformen, terwijl we parallel werken aan onze eigen capaciteiten. Digitale onafhankelijkheid is geen knop die je omzet, maar een transitiepad.​

❌ Het misverstand: “We bouwen toch gewoon Europese datacenters?”

Dit is een hardnekkig misverstand in het debat.

Ja, Europa kan uitstekende datacenters bouwen. Sterker nog: die zijn er al en behoren tot de groenste ter wereld. Maar een datacenter is in de basis slechts facilitaire infrastructuur: beton, stroom, koeling en serverracks.

De echte afhankelijkheid – en de vendor lock-in – zit in de lagen boven dat beton:

🛞 het besturingssysteem (OS)
👥 Identity & Access Management (IAM)
📈 productiviteitssoftware en samenwerkingstools (SaaS)
📲 schaalbare applicatieplatformen (PaaS)
🚀 geïntegreerde ontwikkel- en beheertools

Zolang deze logische lagen Amerikaans zijn, blijft de afhankelijkheid volledig bestaan – ongeacht waar de servers fysiek staan.

🔨 Wat Europa écht moet opbouwen

Als Europa onafhankelijk wil worden, moet het leren denken in stacks (stapels), niet in losse producten.

1️⃣ Niet alleen ‘compute’, maar een geïntegreerde ‘fabric’

Een vaak onderschatte kracht van hyperscalers is de zogenaamde cloud fabric: de diep geïntegreerde laag waarin rekenkracht (compute), netwerk en security één intelligent geheel vormen.

Bij Azure of AWS is dit de standaard:

  • netwerksegmentatie is ingebakken in het platform)
  • firewalling en routing zijn software-defined en centraal aanstuurbaar
  • identity, netwerk en security zijn via policies naadloos met elkaar verbonden
  • best practices worden automatisch afgedwongen (compliance by default)

Voor IT-teams betekent dit een wereld van verschil:

🎯 minder handmatige en foutgevoelige configuratie
🧐 geen noodzaak om voor elk project de infrastructuur opnieuw te ontwerpen
📝 voorspelbaar gedrag, ook bij enorme schaalvergroting

Dit staat in schril contrast met traditionele datacenters, waar netwerk, storage en security vaak nog losse disciplines zijn – met eigen teams, eigen tools en risicovolle overdrachtsmomenten.

De conclusie: 
Een Europees alternatief kan niet volstaan met het leveren van servers en opslag. Het moet óók leveren:

✔️ een gestandaardiseerde netwerk-fabric
✔️ geïntegreerde security-concepten
✔️ een policy-driven inrichting als standaard

2️⃣ Een volledige, onafhankelijke ‘European Workspace Stack’

Het gaat niet om één applicatie, maar om een volledig, samenhangend software-ecosysteem dat de Amerikaanse werkplek kan vervangen. De minimale eisen voor zo’n stack zijn:

  • Een soeverein OS-concept
    Niet per se één enkel besturingssysteem, maar een open standaard die onafhankelijk is van Amerikaanse kernels (zoals Windows of macOS)
  • Een onafhankelijke Identity-laag
    Een Europees alternatief voor Active Directory / Entra ID. Dit is de sleutel tot toegang en data
  • Productiviteit & Samenwerking
    Volwaardige alternatieven voor Office en Teams (documenten, mail, chat, video)
  • Unified Device Management
    Het kunnen beheren en beveiligen van laptops en mobiele apparaten (het alternatief voor Intune)
  • Security-by-design
    Ingebouwde compliance met EU-regelgeving, niet als achteraf-optie

Cruciaal:
Dit alles moet functioneren zonder enige afhankelijkheden met Amerikaanse clouds, licentiemodellen of propriëtaire kernels.

Maar zelfs als we dit technisch weten te bouwen, is dit nog niet genoeg.

3️⃣ Een levend ecosysteem, geen leeg software-framework

Een softwareplatform heeft pas bestaansrecht wanneer derde partijen – softwareleveranciers (ISV’s), SaaS-bouwers en integrators – er actief op gaan bouwen.

Hyperscalers begrijpen dit mechanisme als geen ander. Zij investeren al decennia miljarden in hun partner-netwerk via:

  • hoogwaardige ontwikkelplatformen, Software Development Kits (SDK’s) en Application Programming Interfaces (API’s)
  • uitputtende documentatie en referentie-architecturen
  • wereldwijde marketplaces voor directe verkoop
  • agressieve commerciële incentives voor partners

Hierdoor ontstaat een zelfversterkend effect (het vliegwiel): hoe meer applicaties, hoe aantrekkelijker het platform voor klanten – en hoe moeilijker het voor die klanten wordt om het te verlaten.

Voor een Europees alternatief geldt ditzelfde mechanisme, maar dan als een kip-ei probleem. Zonder een kritische massa aan applicaties:

❌ zullen bedrijven het platform niet adopteren (“er draait niks op”)
❌ blijven ontwikkelaars weg (“er zijn geen klanten”)
❌ ontstaat er geen economisch draagvlak voor innovatie

Derde partijen moeten daarom niet alleen gevraagd, maar actief gemotiveerd worden om te ontwikkelen op deze nieuwe Europese stack. Dat vereist:

✔️ gegarandeerd stabiele en open API’s
✔️ voorspelbare roadmaps (geen zigzag-beleid)
✔️ aantrekkelijke verdienmodellen voor partners
✔️ één schaalbare digitale interne markt (in plaats van 27 gefragmenteerde marktplaatsen)

Dit bouw je niet in kwartalen. Dit kost jaren.

4️⃣ Volledige afbouw van Amerikaanse OS-afhankelijkheid

Zolang onze organisaties blijven draaien op propriëtaire Amerikaanse besturingssystemen (OS), blijft het hele ecosysteem fundamenteel afhankelijk – ongeacht waar de applicaties of data zich bevinden.

Echte onafhankelijkheid betekent daarom ook de diepte in durven gaan:

  • het gecontroleerd afbouwen van de dominantie van Windows en andere
    Amerikaanse OS-dominantie
  • investeren in Europese OS-standaarden voor werkplekken en servers (gebaseerd op open source of Europees proprietary)
  • zorgen dat kernapplicaties volledig op deze nieuwe standaarden kunnen werken

Dit is geen pleidooi voor een abrupte, roekeloze breuk, maar wel voor een duidelijke koers.

Zolang die stip op de horizon ontbreekt, zullen derde partijen nooit serieus investeren in een Europees platform.

5️⃣ Gebruiksgemak op Windows‑niveau

Dit is misschien wel de moeilijkste horde. Technisch kan Europa alles bouwen. Waar het vaak op stukloopt, is de ‘zachte’ kant:

  • een consistente User Experience (UX)
  • een extreem lage adoptiedrempel
  • voorspelbaar beheer voor IT-afdelingen
  • de verfijning die door jarenlange doorontwikkeling komt

Een alternatief dat “technisch veiliger” is maar moeilijker werkt, zal nooit breed geadopteerd worden. Mensen accepteren geen ‘ideologische software’ die hun dagelijkse werk vertraagt.

Een Europese alternatief moet dus:

  • net zo frictieloos werken als Windows of macOS;
  • net zo vanzelfsprekend aanvoelen als Microsoft 365;
  • net zo makkelijk (en centraal) uit te rollen en te beheren zijn voor beheerders.

Zonder die user experience is elk initiatief bij voorbaat kansloos.

6️⃣ Schaal, governance en lange adem

Hyperscalers zijn niet in vijf jaar ontstaan. Zij bestaan al decennia en investeren elk jaar tientallen miljarden in hun ecosysteem.

Wat Europa nodig heeft om op dat niveau te komen:

  • publiek-private samenwerking (niet alleen overheidsinitiatieven)
  • Europese investeringskracht op het niveau van de hyperscalers
  • gezamenlijke standaarden over landsgrenzen heen (geen nationale eilandjes)
  • governance die innovatie faciliteert in plaats van verstikt

Dit is geen startup-project en geen driejarig subsidietraject. Dit is digitale infrastructuur van beschavingsniveau – vergelijkbaar met de aanleg van spoorwegen of elektriciteitsnetwerken in de vorige eeuw.

📜 Regulering: geen verstikking, maar versnelling

Mario Draghi verwoordde het recent scherp in zijn rapport over de concurrentiekracht van de EU: Europa reguleert zichzelf uit de markt. Waar de intentie vaak goed is – privacy, veiligheid, consumentenbescherming – slaat de balans te vaak door naar risicomijding en fragmentatie. Voor digitale soevereiniteit is dat funest.

Als Europa elk nieuw initiatief vooraf belast met:

  • complexe en overlappende complianceeisen
  • nationale uitzonderingen (“gold-plating”)
  • juridische onzekerheid
  • en jarenlange besluitvormingstrajecten

Dan wint niet de meest innovatieve partij, maar degene met de diepste zakken en de meeste juristen. En laat dat nu precies het speelveld zijn waarop de Amerikaanse hyperscalers – met hun legers aan compliance officers – bij uitstek uitblinken.

Wat Europa nodig heeft is geen deregulering, maar slimme regulering:

  • duidelijke, harde kaders aan de randen;
  • maximale ruimte en vrijheid in het midden;
  • één open interne markt zonder digitale binnengrenzen.

Innovatie ontstaat niet in dichtgetimmerde beleidsdocumenten, maar in markten waar:

  • ideeën snel getest kunnen worden (“sandbox-regimes”)
  • schaalvergroting mogelijk is zonder per land opnieuw te moeten beginnen
  • falen is toegestaan, zolang de basis spelregels helder zijn

Zonder die ademruimte zal geen enkel Europees ecosysteem ooit het momentum bereiken dat nodig is om de gevestigde orde te evenaren.

🧩 Interoperabiliteit als randvoorwaarde voor transitie

Een vaak onderschat aspect in de soevereiniteitsdiscussie is interoperabiliteit. Niet als ideaalbeeld, maar als harde voorwaarde voor een realistische transitie.

Zolang Europese alternatieven niet naadloos kunnen samenwerken met de bestaande hyperscaler-omgevingen (Azure, AWS), ontstaat er een gedwongen alles-of-niets keuze. En die keuze durven – en kunnen – risicobewuste organisaties simpelweg niet maken.

Interoperabiliteit betekent concreet:

  • Data-portabiliteit: gegevens moeten eenvoudig en zonder verlies uitwisselbaar zijn;
  • Identity Federation: het naadloos kunnen koppelen van identiteiten tussen omgevingen;
  • Netwerk-integratie: omgevingen moeten koppelbaar zijn zonder complexe herontwerpen;
  • Hybride architectuur: applicaties moeten kunnen draaien in hybride en multi-cloud scenario’s;
  • Unified Governance: beheer- en security-policies moeten consistent toepasbaar zijn over alle platforms heen.

Juist de hyperscalers hebben interoperabiliteit slim ingezet om hun adoptie te versnellen: je kon klein beginnen, integreren met je on-premise omgeving (“hybrid cloud”), en pas later volledig migreren.

Voor Europese oplossingen geldt precies hetzelfde mechanisme. Zonder sterke interoperabiliteit:

  • wordt de overstap operationeel te risicovol (“big bang migraties”);
  • worden trajecten onbetaalbaar;
  • en blijft de afhankelijkheid bestaan uit pure angst voor verstoring.

Interoperabiliteit is daarmee geen technische bijzaak, maar het strategische breekijzer om een vendor lock-in gecontroleerd en stap voor stap af te bouwen.

🧭 De realistische route vooruit

De weg naar onafhankelijkheid is niet zwart-wit; het is geen keuze tussen “alles nu in de cloud” of “alles terug naar de kelder”. De realistische route is een parallelspoor:

1️⃣ Nu bewust gebruikmaken
Zet hyperscalers gecontroleerd in voor wat ze nu het beste kunnen (schaal, innovatie), maar wees je bewust van de risico’s.

2️⃣ Investeren in alternatieven
Bouw tegelijkertijd aan Europese capaciteit op de strategische lagen (Identity, Data, AI).

3️⃣ Interoperabiliteit als eis
Dwing interoperabiliteit af als harde ontwerpeis bij elke aanbesteding, niet als sluitpost.

4️⃣ Open standaarden
Gebruik open standaarden om toekomstige vendor lock-ins technisch onmogelijk te maken.

5️⃣ Slimme regulering
Zet wetgeving in als aanjager van innovatie (marktvorming) in plaats van alleen als rem op risico’s.

6️⃣ Stapsgewijze migratie
Verhuis functionaliteit pas naar een soeverein platform zodra er een gelijkwaardig alternatief staat.

Dit beleid voer je niet vanuit emotie of ideologie, maar vanuit technische en economische realiteit.

🏁 Tot Slot

We hangen aan het infuus van Amerikaanse hyperscalers. Dat is geen zwaktebod, maar een logisch gevolg van achterstallige Europese keuzes uit het verleden.

Het zou een kapitale fout zijn om dat infuus er nu abrupt uit te trekken; de patiënt zou het niet overleven.
De enige juiste keuze is om nu – met spoed – te bouwen aan een Europees, onafhankelijk software-ecosysteem dat:

  • technisch volwassen is
  • gebruiksvriendelijk is voor de massa
  • schaalbaar is tot ver over de landsgrenzen
  • en economisch concurrerend is.

Pas dán, en niet eerder, kunnen we het infuus verantwoord loslaten.

Bij Synergetic IT kijken we met die realiteit naar cloud-strategie: nuchter, technisch en zonder ideologie – maar met een messcherpe blik op de toekomst.


Comments are closed